In de maanden daarna is er een onderzoeksvraag geformuleerd:
Hoe kunnen Wormerland, Oostzaan en Landsmeer komen tot een toekomstbestendige vorm van samenwerking?
Daarbij is ook gevraagd om inzicht te bieden in mogelijke oplossingsrichtingen indien zou blijken dat zowel een ambtelijke fusie (zoals we nu al hebben met Oostzaan) als een bestuurlijke fusie niet kansrijk zijn.
Ook als Wormerland zijnde zijn we volledig aangehaakt geweest in het traject en tijdens het onderzoek dat volgde. De uitkomst van het onderzoek was een teleurstelling; Zowel ambtelijke als bestuurlijk fusie van Wormerland, oostzaan en Landsmeer zijn niet toekomstbestendig. Daarnaast is de balans tussen de opgaven waar wij als kleine gemeentes in deze regio voor staan en de middelen én ambtelijke capaciteit dusdanig ver te zoeken, dat zelfstandig blijven niet meer mogelijk is en de urgentie om tot een andere fusie te komen groot is. We hebben, helaas, niet de luxe om rustig te bekijken hoe een en ander zich in de regio ontwikkelt.
Dit is voor GroenLinks niet helemaal een verrassing, want de vele onderzoeken die in het verleden zijn gedaan geven een zelfde soort beeld. Bijvoorbeeld door Rijnconsult werd enkele jaren geleden nog aangegeven dat een ambtelijke samenwerking met verschillende kleine gemeentes (de zogenaamde 0+ variant) als niet wenselijk werd gezien. Daarnaast zijn we als Wormerland zijnde al in 2010 ambtelijk gefuseerd met Oostzaan. Dat werd toen al als een noodzakelijke stap gezien, waarbij het de bedoeling was dat Landsmeer en Waterland later alsnog zouden aanhaken.
In 2018 is er ook nadrukkelijk aangegeven door de toenmalige commissaris van de koning, dat er grote zorgen waren over de bestuurskracht van de kleinere gemeentes in onze regio. Daarbij werd opgemerkt, dat ambtelijke fusie als niet optimaal werd gezien door de provincie. Dit laatste onderbouwd door onderzoeken en rapporten uit de periode voor 2018. Volledige zelfstandigheid, zonder zo’n vorm van samenwerking, werd al niet eens meer genoemd als optie.
En we zien ook dat er nu al iedere dag problemen zijn. Het ziekteverzuim, de inhuur en de doorstroming van personeel is hoog. Eenpitters verlaten de organisatie, waarna de opvolger weer opnieuw moet beginnen. Hierdoor is er weinig historisch besef en een beperkte kennis van de context. (Zie ook rapport &VDLaar). Dit maakt onze organisatie kwetsbaar en de gevolgen voor inwoners beginnen hier en daar zichtbaar en voelbaar te worden. Het kraakt en het piept. Daarnaast zullen we bij de kadernota in juni de gevolgen op financieel vlak gaan zien en zullen er keuzes gemaakt moeten worden. Wat gaan we doen en wat gaan inwoners er van merken? Moeten we voorzieningen sluiten? Gaat de OZB weer flink omhoog? Doen we consessies op het gebied van de dienstverlening? Of dit allemaal? En dan zijn er nog de problemen die je niet dagelijks ziet, maar die wel van belang zijn. We doen al veel regionaal. Bijvoorbeeld de inkoop van jeugdhulp is regionaal georganiseerd. Daar zijn natuurlijk overleggen voor, maar die kunnen niet altijd bijgewoond en/of goed voorbereid worden door onze organisatie, omdat we onvoldoende mensen hebben. Dan heb je dus vrij weinig in de melk te brokkelen.
En natuurlijk, ook grotere gemeentes kampen met problemen. Maar die organisaties zijn veel minder kwetsbaar. Ook is er meer ruimte in de begroting om de financiële klappen op te vangen én is de stem in de regio beter geborgd.
Na al die jaren van overleggen, onderzoeken en nog meer overleggen hadden wij gehoopt dat er nu een stap gezet zou worden door Wormerland. Een moeilijke stap. Een stap die zeer doet, maar wel een noodzakelijke stap. We zullen de realiteit onder ogen moeten zien: zelfstandigheid is een gepasseerd station. En wat willen we dan wel voor Wormerland? Wij denken dat zowel een landelijke gemeente met verschillende kleinere buurgemeenten (WOL + of WOL++) als het samengaan met één grotere buurgemeente het verkennen waard is. Beide opties zullen min- en pluspunten hebben en daarover gaan wij heel graag in gesprek.