Omhoog met het veen

De toekomst van ons Wormer- en Jisperveld staat op het spel. Dat klinkt dramatisch, nietwaar? Er is ook wel wat aan de hand. Ons veenweidegebied verandert in een rap tempo. De veehouders zijn vrijwel allemaal weggetrokken, de grutto’s en kieviten hebben plaatsgemaakt voor ganzen en tot overmaat van ramp blijkt dat door het verlagen van het waterpeil het veen door oxidatie verbrand en als CO2 en Methaangas in de atmosfeer verdwijnt en de grond met wel 1 cm per jaar daalt. De kans op paalrot van huizen en het verzakken van de riolering is ook een gevolg. Met hoge kosten voor de burgers van Wormerland. Daar moet wat aan gebeuren.

Waterpeil verhogen of verder verzakken.

De alarmerende berichten over de CO2 uitstoot en het verzakken van de grond zijn niet nieuw. We weten het al vele jaren maar behoudens een paar proefopstellingen wordt er aan het werkelijke probleem, de continue peilverlaging van de waterstand, nog te weinig gedaan. In 2010 schreven onderzoekers van Alterra en Wageningen Universiteit al dat alle Nederlandse veenweiden jaarlijks net zoveel CO2 uitstoten als 2 miljoen personenauto’s (zie o.a. het boek Waar heen met het Veen, of de website). Het Wormer- en Jisperveld is zo’n 2.000ha groot en stoot per ha 30 ton CO2 uit en daarmee levert Wormerland een substantiële bijdrage aan de opwarming van onze aarde. Hoe wil Wormerland in 2050 voldoen aan het klimaatakkoord van Parijs als deze ongecontroleerde uitstoot steeds verder gaat? Dat kunnen wij niet oplossen met windmolens, die ook nog eens zouden misstaan in ons natuurgebied. Er zijn een paar mogelijke oplossingen die dan ook op korte termijn doorgevoerd moeten worden, zoals drainage, waterpeil verhoging en nieuwe vormen van exploitatie en natuurbeheer. GroenLinks maakt zich zorgen over het tempo waarin dit gebeurt en doet een aanzet om partijen bij elkaar te krijgen zodat er op korte termijn aan oplossingen gewerkt kan worden.

Dilemma: behoud van veenweidegebied of veenbodem?

Er is sprake van een dilemma aangaande de toekomst van ons veenweidegebied. We staan voor de keuze: behoud van het veenweidelandschap met de kenmerkende vegetatie en weidevogels of behoud van de veenbodem. Behoud van het hoog gewaardeerde open cultuurlandschap is verbonden met de melkveehouderij. Hiervoor is een landbouwkundige ontwatering nodig waardoor de veenbodem, afhankelijk van de drooglegging, met 0.5 – 2 meter per eeuw daalt. Dit proces veroorzaakt allerlei problemen. Er ontstaat schade aan funderingen van huizen en infrastructuur, dekosten voor waterbeheer zoals riolering nemen toe, vooral in gebieden met verschillende functies, verzilting neemt toe, en meer broeikasgassen komen vrij. De melkveehouderij in het veenweidegebied staat bovendien sterk onder druk door de Europese landbouwhervormingen en door toenemende verstedelijking, in combinatie met de natuurlijke handicap van het veenweidegebied zoals vaarland en slappe grond die ongeschikt is voor landbouwmachines. Daardoor dreigt de basis weg te vallen onder het beheer van het agrarisch cultuurlandschap met haar grote natuurkwaliteit. Het alternatief is behoud van de veenbodem. Dit vereist een zodanig hoog waterpeil dat productielandbouw niet mogelijk is.

Een visie voor de langere termijn

Het rijk en verschillende provinciën, gemeenten en waterschappen hebben vanaf 2003 aangestuurd op het ontwikkelen van een lange termijn visie en dit is met name tot uiting gekomen in het project “Waar heen met het veen”. Een uitstekende samenvatting van de probleemanalyse en innovatieve oplossingen die in dat project zijn beschreven is hier terug te lezen. De Europese Commissie heeft Nederland onlangs nog onderscheiden voor een hoge ranking in de European Innovation Scoreboard. Uitvinden en innoveren kunnen wij dus zeer goed. Maar oplossingen vervolgens implementeren is één van de zwakkere punten van Nederland. Kijk maar naar de plek die wij internationaal op de lijstjes innemen ten aanzien het klimaat.

In 2016 heeft de gemeenteraad van Wormerland een nieuwe beleidsvisie ontwikkeld ten aanzien van het Wormer- en Jisperveld. Deze beleidsvisie beschrijft hoe het gebied in 3 zones verdeeld zou kunnen worden. Een zone gelegen aan de randen waar de boeren nog actief zijn, een zone in het midden van het natuurgebied waar verhoging van het waterpeil toegepast zou kunnen worden en een overgangszone. Voor de boeren zouden de regels op een aantal onderdelen versoepeld kunnen worden zodat hen meer economische ontwikkeling gegeven kan worden terwijl het grondwaterpeil dynamischer zou moeten worden.

De centrale zone zou verder vernat moet worden en misschien zelfs de kans geboden moeten worden tot moerasvorming waar riet en lisdodde weer onbelemmerd kan groeien. De overgangszone koppelt de twee op een geleidelijke wijze. Deze visie is bedacht met consensus voor alle partijen. Maar inmiddels is duidelijk dat deze visie nog niet is aangekomen bij provincie, waterschap en de landeigenaren. Na het opleveren van de beleidsvisie is niets gebeurd. Voor GroenLinks een reden om in december 2017 nog eens door middel van een motie aandacht te vragen voor de veenweide problemen.

Wat houdt ons tegen, hoe maken wij het wél mogelijk?

Als wetenschappers ons de problemen én mogelijk oplossingen zo goed kunnen voorleggen, waarom lukt het dan niet om die oplossingen door te voeren? Zijn het de aloude tegenstellingen tussen milieugroeperingen enerzijds en de agrariërs anderzijds? Milieufederaties hebben in 2015 nog een voorstel gedaan om boeren die het grondwaterpeil verhogen te compenseren via de internationale CO2 emissiehandel. Dat is een voorbeeld van denken in oplossingen. Toch is daar nog helemaal niets van terecht gekomen. We kunnen overigens ook de conclusie delen dat er in ons veenweidegebied vrijwel geen boeren meer zijn. Door allerlei economische omstandigheden en door de plaatselijke omstandigheden is er voor hen nauwelijks nog een gezonde boterham te verdienen.

Waar zit dan wel een belemmering om maatregelen te nemen tegen de bodemdaling door oxidatie van het veen? Zijn het de weidevogels die grootschalig ingrijpen in hun habitat onmogelijk maakt? Zijn het de natuurbeheerorganisaties zoals Natuurmonumenten en de Poelboerderij? Of is het Hoogheemraadschap niet overtuigd van de doelmatigheid van technische oplossingen? En wat is de rol van de provincie in ons veenweidegebied?

Voor GroenLinks is het tijd voor verandering en wij willen de regie nemen in het zoeken naar oplossingen. 

Woordvoerder

Frans Stoop